Dagenlang balanceerde Roze tussen leven en dood. Nu, weken later, is ze wakker, bij bewustzijn – maar haar lichaam en ziel dragen littekens die nooit meer volledig zullen verdwijnen. Naar huis mag ze nog niet. Zelfs niet een beetje. Ook in Zwitserland zal ze opnieuw een ziekenhuisbed moeten betrekken, voor onbepaalde tijd. Hoe lang? Niemand die het durft te zeggen. Te veel onzekerheden, te veel “als dit” en “als dat”. Eén ding weet ze wel zeker: zodra het kan, zal ze naar Crans-Montana gaan om bloemen neer te leggen voor de slachtoffers.
© Joel Hoylaerts / Photonews
“Ik kende hen niet persoonlijk,” zegt ze zacht. “Op mijn beste vriendin na. Maar ik denk elke dag aan hen.”
Elke dag. Die woorden blijven hangen. Want hoe ga je verder als jouw leven gered is, terwijl anderen het niet hebben gehaald?
Achttien dagen tussen leven en dood
Jacques en Jessica Moretti. © REUTERS
Van wat er in Luik gebeurde, herinnert Roze zich maar flarden. Achttien dagen lang lag ze in een kunstmatige coma in het brandwondencentrum van UCH. Achttien dagen waarin artsen vochten voor haar leven, terwijl haar vader Huseyin (42) geen moment van haar zijde week. Dag en nacht zat hij daar, wachtend, hopend, biddend. Ook gisteren was hij er weer. Altijd hij. Altijd trouw.
“De helft is weg,” vertelt Roze. “Gewoon… weg. Ik weet dat ik daar lag, maar het voelt alsof iemand pagina’s uit mijn leven heeft gescheurd.”
Wat ze zich wél herinnert, is de warmte. De zorg. De menselijkheid.
“Ik kende België niet,” zegt ze. “Ik was hier nog nooit geweest. Maar ik heb hier zóveel lieve mensen ontmoet. Niet alleen medisch, maar menselijk. Ik ben hier gedragen. Letterlijk en figuurlijk.”
Ze glimlacht even. Een broze glimlach.
“Ik kom zeker nog eens terug,” zegt ze. “Maar dan voor een echte vakantie. Zonder ziekenhuismuren. Zonder pijn.”
De stilte die pijn doet
Nouran, de beste vriendin van Roze die ook zwaargewond geraakte. © RV
Die warmte contrasteert pijnlijk met de kilte die ze elders ervoer. Het onderwerp komt vanzelf ter sprake. Ze hoeft er niet naar gevraagd te worden. Haar stem verandert wanneer ze de namen noemt: Jessica en Jacques Moretti, de eigenaars van Le Constellation, haar werkgevers.
“Ik werkte er nog maar een maand,” zegt ze. “Ik deed de sociale media. Maar toch… niets. Helemaal niets.”
Geen bericht. Geen telefoontje. Geen blijk van medeleven.
“Op geen enkele manier hebben zij van zich laten horen,” zegt Roze. “Ook die avond zelf niet. Geen verantwoordelijkheid. Geen menselijkheid.”
De woorden snijden diep. Niet alleen bij haar, maar bij iedereen die luistert. Want hoe kan het dat iemand die zo dicht bij het drama stond, zo compleet wordt genegeerd?
Vragen zonder antwoorden
Nu de coma voorbij is, beginnen de echte nachten. De nachten vol vragen.
“Hoe zal het met mij gaan?” vraagt Roze zich hardop af. “Hoe zal mijn lichaam herstellen? Zal ik ooit weer hetzelfde zijn?”
Maar haar zorgen reiken verder dan haar eigen pijn.
“Mijn beste vriendin… zij is er erger aan toe dan ik. Wat als zij nooit volledig herstelt? Wat als haar leven voorgoed veranderd is?”
En dan is er nog die andere vraag. De vraag die als een donkere schaduw boven alles hangt:
“Hoe zal dit aflopen met de Moretti’s?”
“Wanneer gaan zij eens rekenschap afleggen?” vraagt ze. “Wanneer neemt iemand verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd?”
Het zijn vragen die niet alleen Roze stelt. Het zijn vragen die een hele gemeenschap bezighouden. Vragen die niet verdwijnen, ook al zwijgen betrokkenen.
Overleven is niet hetzelfde als verder leven
Roze leeft. Maar overleven is niet hetzelfde als verder leven. Haar lichaam geneest langzaam, maar haar hoofd is nog vol rook, vuur en stilte.
“Ik ben dankbaar,” zegt ze. “Elke dag. Maar dankbaarheid en verdriet kunnen naast elkaar bestaan.”
Ze weet dat haar pad lang zal zijn. Dat de ziekenhuizen nog niet uit haar leven verdwenen zijn. Dat Zwitserland haar opnieuw zal ontvangen – dit keer niet als toerist, maar als patiënt.
Toch blijft ze denken aan anderen. Aan de slachtoffers. Aan hun families.
“Bloemen leggen is het minste wat ik kan doen,” zegt ze. “Het brengt hen niet terug. Maar het zegt: ik vergeet jullie niet.”
En misschien is dat wel het meest aangrijpende van alles: een jonge vrouw die zelf nog midden in haar strijd zit, maar haar hart al bij anderen heeft liggen.
Roze stelt vragen. Eerlijke, pijnlijke vragen.
En zolang die onbeantwoord blijven, zal het vuur blijven smeulen – niet alleen op haar huid, maar ook in haar ziel.








