‘Nederlandse gemeenten gaven tienduizenden euro’s belastinggeld uit aan Ramadan maaltijden’

Tijdens de afgelopen ramadan hebben grote Nederlandse gemeenten voor tienduizenden euro’s aan iftars ondersteund of zélf georganiseerd. Dat blijkt uit een inventarisatie onder de tien grootste steden. De uitgaven wakkeren een debat aan over neutraliteit, integratie en publiek geld.
Geld voor iftars in grote steden
Op meerdere plekken vloeide geld via subsidies naar buurtmaaltijden rond zonsondergang, of naar iftars die gemeenten in eigen huis hielden. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Tilburg sprongen eruit, al verschilde de aanpak per stad én per doel.
Waar de ene gemeente inzet op ontmoeting in wijkcentra en gebedshuizen, kiest de andere voor een representatieve avond op het stadhuis. Telkens klinkt dezelfde boodschap: iedereen welkom, geen religieuze promotie, maar investeren in samenhang en contact tussen buren.
Uitschieters utrecht en tilburg
Utrecht trok volgens de inventarisatie 28.580 euro uit voor zestien initiatieven, variërend van kleinschalige wijkiftars tot grotere, publiek toegankelijke maaltijden. Het geld kwam uit een pot voor bewonersinitiatieven, waarbinnen bijeenkomsten met een sociaal doel standaard kunnen meedingen om steun.
Tilburg ging een stap verder en zette het stadhuis open voor een grote iftar, met een totale begroting van 42.614 euro. De gemeente benadrukte dat nadrukkelijk alle Tilburgers welkom waren, bestuurlijke vertegenwoordiging inclusief, om samen te eten en te praten.
Verschillen tussen gemeenten
Niet elke stad tastte even diep in de buidel. Amsterdam verstrekte 6000 euro voor een iftar in de Oranjekerk en 5000 euro voor een buurtmaaltijd. Eindhoven, Groningen en Nijmegen hielden de bedragen beperkt, terwijl Almere helemaal geen subsidie verleende.
Die variatie laat zien dat lokale politieke cultuur, prioriteiten en budgetten zwaar meewegen. Wat in de ene gemeente onder sociale cohesie valt, wordt elders als te religieus gezien, of simpelweg minder urgent naast andere maatschappelijke opgaven en schaarse middelen.
Rotterdam en den haag organiseren zelf
Rotterdam en Den Haag verstrekten geen subsidies, maar hielden wél eigen iftars op het stadhuis. De totale kosten zijn niet overal openbaar gemaakt. In Rotterdam lag het bedrag vorig jaar rond de 15.000 euro, zo werd desgevraagd meegedeeld.
Ook hier voeren bestuurders aan dat ontmoeting centraal staat, en dat een iftar in huis een toegankelijke manier is om met verschillende gemeenschappen te spreken. Kritische vragen blijven intussen klinken over transparantie, precedentwerking en de balans tussen representatie en neutraliteit.
Ontmoeting als doel, niet de ritus
Gemeenten presenteren de bijeenkomsten steevast als sociaal-culturele evenementen, geen gebedsmomenten. Eten breekt het ijs, is de gedachte, waarna gesprekken over leefbaarheid, kansen en wederzijds begrip volgen. Tilburg, Utrecht en anderen benadrukken die brede openstelling en laagdrempeligheid consequent in hun toelichting.
Toch staan de iftars vaak in religieuze ruimtes of worden ze mede georganiseerd door geloofsinstellingen. Dat maakt de scheidslijn tussen sociaal beleid en religieuze ondersteuning in de praktijk dun, en precies daarover ontspint zich het huidige politieke en publieke gesprek.
Juridische ruimte en grenzen
Volgens hoogleraar staats- en bestuursrecht Sophie van Bijsterveld is subsidiëring toegestaan wanneer het doel maatschappelijk is, en dit aansluit bij gemeentelijke verordeningen. Denk aan ontmoeting, verbinding, integratie. Zodra het louter religieuze beleving bevordert, schuurt het met neutraliteit en beleid.
De scheiding tussen kerk en staat betekent vooral dat religieuze organisaties geen zeggenschap hebben over overheidsbesluiten. Of een gemeente een iftar faciliteert, valt daar strikt genomen niet onder, mits de overheid zelf geen religieuze inhoud ondersteunt of bevoordeelt.
Wat neutraliteit echt betekent
Wat bestuurlijke neutraliteit ís, daarover lopen de meningen uiteen. Voor sommigen hoort religie niet in het publieke domein; anderen vinden het vanzelfsprekend onderdeel van de samenleving. Die botsende visies kleuren lokale keuzes over meedoen, meefinancieren of juist afstand bewaren.
Van Bijsterveld vat het pragmatisch samen: wanneer het maatschappelijk doel helder is, levert steun geen principieel probleem op. Maar zodra de overheid een ritueel als ritueel gaat promoten, wordt neutraliteit dun ijs en ligt politieke ruzie op de loer.
Praktijk: religie en samenleving
In het dagelijks leven lopen religieuze, culturele en sociale lijnen door elkaar. Een moskee draagt vaak zowel zorg voor zingeving als voor buurtactiviteiten. Als zo’n instelling een open iftar organiseert, bedienen subsidies soms vooral het sociale, soms ook het religieuze.
Gemeenten maken daarin eigen, politieke keuzes. Sommigen investeren actief in gezamenlijke maaltijden omdat die aantoonbaar contact opleveren. Anderen vinden het effect te diffuus, of vrezen scheve ogen wanneer religieuze kalendermomenten zichtbaar wél, en seculiere initiatieven veel minder, ondersteuning krijgen.
Politieke gevoeligheid en debat
Omdat het om publiek geld gaat, liggen iftaruitgaven gevoelig. Voorstanders wijzen op integratie, verbinding en veiligheid in de wijk. Tegenstanders vrezen precedentwerking, of stellen principieel: de overheid hoort geen religieuze activiteiten te bekostigen, direct noch indirect, ook niet tijdelijk.
In gemeenteraadszalen leidt dat tot moties, schriftelijke vragen en verzoeken om verantwoording. Coalities manoeuvreren tussen wijkverwachtingen en juridische kaders; oppositiepartijen zoeken vaak het principiële verschil. Het resultaat: uiteenlopend beleid, en elk voorjaar opnieuw dezelfde discussie zodra de ramadan dichterbij komt.
Transparantie over kosten
Een terugkerend heikel punt is openheid over bedragen en keuzes. Niet alle steden publiceren volledige kostenoverzichten van eigen iftars, wat wantrouwen kan voeden. Rotterdam meldde vorig jaar circa 15.000 euro; elders blijven financiële details fragmentarisch of alleen op verzoek beschikbaar.
Transparantie helpt het gesprek te ontwarren: waar ging het geld heen, welk doel is gehaald, wat leerde de organisatie? Zulke evaluaties maken het eenvoudiger om volgend jaar te kiezen tussen herhalen, bijsturen of stoppen, en om burgers mee te nemen.
Hoe nu verder voor gemeenten
Voor nu kiezen veel steden voor een middenweg: als het doel ontmoeting is, kan er steun zijn, mits open, inclusief en transparant. Wie streng scheidt tussen religie en overheid, blijft kritischer; wie pragmatisch kijkt, ziet vooral buurten samen eten.
Intussen groeit de wens om duidelijke kaders vast te leggen, zodat bestuurders en bewoners weten waar ze aan toe zijn. Tot die tijd blijft de vraag: wie betaalt de iftar, en met welk maatschappelijk doel? Reageer op onze socials.







